Uitspraak
1.De procedure
2.Het standpunt van de officier van justitie
3.Het standpunt van de verdediging
4.Het oordeel van de rechtbank
(vgl. Hoge Raad 8 juni 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1501).De rechtbank merkt in aanvulling hierop het volgende op.
‘een verdenking van ernstige, het maatschappelijk verkeer ontwrichtende strafbare feiten, gepleegd in georganiseerd verband.’Volgens de rechter-commissaris was met de informatie van de officier van justitie aan dit criterium voldaan.
van [gebruikersnaam 3] , [gebruikersnaam 1] en [gebruikersnaam 2]) besproken. De rechtbank acht het aangewezen, mede gelet op de gevoerde verweren, om dit punt nogmaals onder de aandacht te brengen.
(vgl. Hoge Raad d.d. 29 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1523).
‘een bananenbedrijf in Ned van mij en me mensen.’Er zijn aanknopingspunten dat hiermee [bedrijf 2] BV wordt bedoeld, het bedrijf dat in dit onderzoek bananen als deklading voor cocaïne heeft gebruikt. Volgens de rechtbank wordt met
‘1500 fout’de 1468 kilogram cocaïne aangeduid die in het onderzoek is aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat met de woorden
‘ik zit vast’mogelijk de voorlopige hechtenis wordt bedoeld, die de verdachten daarin opgelegd hebben gekregen. Er zijn kortom duidelijk raakvlakken met de strafzaak.
‘1 keer 2500 goed’. Het is volgens de rechtbank, gelet op de eerder gedane vaststellingen, mogelijk dat hier wordt gesproken over een geslaagde operatie in relatie tot 2500 kilogram aan verdovende middelen. De conversatie tussen [betrokkene 3] en [betrokkene 2] sluit ook hierop aan. Daarbij wordt immers in herinnering gebracht:
‘we hebben iets goed gehad’en
‘we hebben een keer hoofdpijn’. De rechtbank plaatst deze uitlatingen ook tegen de achtergrond van de andere berichten. [betrokkene 1] en [betrokkene 3] maken naast EncroChat gebruik van SkyECC. Het is een feit van algemene bekendheid dat Encro en Sky veelvuldig zijn gebruikt in het criminele circuit om op afgeschermde wijze te kunnen communiceren. Voorts spreken [betrokkene 2] en [betrokkene 1] over bronlanden waarin cocaïne wordt gemaakt, over (de kwaliteit van) blokken, containers, uithalen, transportlijnen, tussenpersonen en de logistiek die hierbij een rol kan spelen. Het is algemeen bekend dat deze terminologie vaker wordt gebruikt in relatie tot het transport van verdovende middelen. Daarenboven zijn zowel [betrokkene 3] als [betrokkene 1] als [betrokkene 2] in onderzoek Catamaran veroordeeld voor de verlengde invoer van cocaïne, waarin deze begrippen en elementen ook aan de orde zijn geweest.
‘1 keer 2500 goed’en
‘we hebben iets goed gehad’kunnen weliswaar in vooromschreven zin worden opgevat, maar op de keper beschouwd zijn deze teksten niet zeer specifiek en ook multi-interpretabel. Het is voor de rechtbank niet vast te stellen wie verantwoordelijk is, waar en wanneer iets heeft plaatsgevonden en welke gedragingen zijn verricht. De officier van justitie heeft ter zitting aangegeven dat moet worden uitgegaan van de invoer en verkoop van 2500 kilogram cocaïne. De rechtbank kan daar niet zonder meer in meegaan, bij gebrek aan nadere informatie hierover. De rechtbank betrekt hierbij ook het gegeven dat de prijzen die in de voordeelsberekening zijn gehanteerd, gefundeerd zijn, maar niet op enige wijze ook in de EncroChat-conversaties naar voren zijn gekomen. Er wordt zelfs geen enkel concreet bedrag besproken. Evenmin wordt gesproken over een verdeling van kosten of opbrengsten. De opmerkingen van [betrokkene 3] en [betrokkene 2] op EncroChat (dat er geld in Valencia ligt en vastgoed in Roemenië en Griekenland bestaat) maken dit niet anders. Uit de ARO-verzoeken die in dit kader zijn gedaan aan Roemenië en Griekenland blijkt niet dat [betrokkene 2] een woning in deze landen op naam heeft staan. Er is van [betrokkene 3] of van [betrokkene 1] ook geen buitenlands vermogen bekend geworden.
5.De beslissing
wijstde vordering van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel,
af.