ECLI:NL:RBZWB:2024:290
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op aftrek zorgkosten en hypotheekrente restschuld eigen woning
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015 en de daarbij opgelegde belastingrente. Kern van het geschil was of belanghebbende recht had op aftrek van zorgkosten en aftrek van hypotheekrente wegens een restschuld van een verkochte eigen woning.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende de bewijslast droeg om het recht op deze aftrekposten aannemelijk te maken. Hoewel belanghebbende diverse bedragen aan zorgkosten en een bedrag aan hypotheekrente restschuld had opgegeven, werden geen onderliggende betalingsbewijzen of relevante documenten zoals een dieetverklaring overgelegd. Ook het stuk van de gerechtsdeurwaarder bood onvoldoende duidelijkheid over de aard en omvang van de restschuld en de betaalde rente.
Daarnaast was er procedurele onduidelijkheid over de ontvankelijkheid van het beroep, maar de rechtbank concludeerde dat het beroep ontvankelijk was. Een verzoek tot uitstel van de zitting werd afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank concludeerde dat de inspecteur de aanslag terecht had gecorrigeerd door de aftrekposten niet te honoreren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, maar belanghebbende krijgt het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 2015 blijft ongewijzigd.