Eiser heeft beroep ingesteld tegen de Nationale Ombudsman omdat deze niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn heeft beslist op twee Woo-verzoeken van 14 augustus en 7 september 2023. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijnen waren verstreken voordat eiser op 17 oktober 2023 een ingebrekestelling aan de Ombudsman stuurde. Na het verstrijken van de wettelijke termijn van twee weken na ingebrekestelling, heeft eiser terecht beroep ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en draagt de Ombudsman op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen op de Woo-verzoeken. Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat de Ombudsman de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Het verzoek van eiser om een schadevergoeding van €500 wegens smartengeld wordt afgewezen, waarbij eiser wordt verwezen naar de Ombudsman voor een eventuele schaderegeling. De rechtbank wijst tevens op het ontbreken van proceskosten en griffierecht, waardoor geen vergoeding daarvan wordt toegewezen.