ECLI:NL:RBZWB:2024:3084
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en verzuimboete wegens niet tijdig doen aangifte
Belanghebbende, met Nederlandse nationaliteit en woonachtig in de Verenigde Staten in 2018, maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2018 en de daarbij opgelegde verzuimboete van €369 wegens het niet tijdig doen van aangifte.
De inspecteur had het belastbaar inkomen uit werk en woning en uit sparen en beleggen vastgesteld, waarbij het in Nederland gelegen onroerend goed werd betrokken. Na bezwaar en een verminderingsbeschikking bleef de verzuimboete gehandhaafd. Belanghebbende stelde dat zij niet binnenlands belastingplichtig was en dat de uitnodiging en aanmaning niet correct waren verzonden.
De rechtbank oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd, ook vanwege het bezit van Nederlands onroerend goed, en dat de verzuimboete terecht was opgelegd omdat de inspecteur uitging van het juiste BRP-adres. Verzoek tot uitstel en wijziging van zittingslocatie werden afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de aanslag en boete in stand blijven.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag en verzuimboete blijven in stand.