ECLI:NL:RBZWB:2024:3085
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid informatiebeschikking wegens schending administratieplicht artikel 52 AWR
Belanghebbende, een besloten vennootschap die een avondwinkel en slijterij exploiteert, werd door de inspecteur geconfronteerd met een informatiebeschikking vanwege gebreken in haar administratie over de jaren 2017 tot en met 2019 en omzetbelasting tot medio 2021. De inspecteur stelde vast dat de kassagegevens niet volledig en niet in detail waren bewaard, waardoor controle op de juistheid van de aangiften niet mogelijk was.
Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur eerst een discussie over de omzet had moeten voeren en dat de administratie voldoende controleerbaar was, mede omdat inkoopfacturen niet waren betwist. De rechtbank oordeelde dat de inspecteur bevoegd was de informatiebeschikking te geven zonder voorafgaande discussie over de omzet en dat het vertrouwensbeginsel niet was geschonden.
De rechtbank constateerde dat de administratie aanzienlijke tekortkomingen vertoonde, zoals het ontbreken van detailgegevens van kassa’s, onduidelijke prijslijsten, onjuiste kasboekingen en onvolledige verwerking van bankbetalingen. Hierdoor was de administratie niet betrouwbaar en niet controleerbaar. De rechtbank achtte daarom de schending van de administratieplicht bewezen en bevestigde de rechtmatigheid van de informatiebeschikking.
Verder oordeelde de rechtbank dat de gebreken in de administratie rechtvaardigen dat de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. Belanghebbende kreeg geen proceskostenvergoeding en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de inspecteur terecht een informatiebeschikking heeft gegeven wegens schending van de administratieplicht.