Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 218,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 17 km/u te hard buiten de bebouwde kom op de Kanaalweg te Yerseke op 3 april 2022. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, eerst bij de officier van justitie en vervolgens bij de kantonrechter nadat het eerste beroep ongegrond werd verklaard.
De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat de bestuurder daadwerkelijk is staande gehouden, hetgeen volgens artikel 5 van Pro de Wahv vereist is om een boete aan de bestuurder op te leggen. De verbalisant verklaarde dat er geen reële mogelijkheid was tot staandehouding vanwege het gebruik van een mobiele radar, maar gaf in latere processen-verbaal geen onderbouwing hiervoor.
Hierdoor is de boete ten onrechte aan de kentekenhouder opgelegd. De kantonrechter vernietigt de boete en de beslissing van de officier van justitie, gelast terugbetaling van het betaalde bedrag en kent een proceskostenvergoeding toe. Betrokkene en zijn gemachtigde waren niet aanwezig bij de zitting, maar het beroep wordt gegrond verklaard op basis van de stukken.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de verkeersboete wordt vernietigd wegens het ontbreken van een reële mogelijkheid tot staandehouding.