Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 218,75
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op de Rijksweg A58 te ’s-Heer Arendskerke op 1 maart 2022.
Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, die dit ongegrond verklaarde. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de kantonrechter. Tijdens de zitting verschenen noch betrokkene noch zijn gemachtigde. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet was komen vast te staan, mede omdat de verbalisant niet had gereageerd op een verzoek om een aanvullend proces-verbaal.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete vernietigd en het betaalde bedrag van €359,- terugbetaald. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot het betalen van een proceskostenvergoeding van €686,75 aan betrokkene.
De kantonrechter wees het verzoek af om de proceskostenvergoeding uitsluitend via de gemachtigde te laten betalen, omdat de wettelijke regeling betaling op de bankrekening van betrokkene voorschrijft. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de boete vernietigd en proceskostenvergoeding toegekend.