ECLI:NL:RBZWB:2024:3380

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 april 2024
Publicatiedatum
24 mei 2024
Zaaknummer
10917453 _ MB VERZ 24-122
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen parkeerboete wegens parkeren in parkeerverbodzone

Betrokkene is beboet voor het parkeren in een parkeerverbodzone op 25 juli 2022 te Tilburg. Betrokkene stelde dat er onvoldoende parkeervakken beschikbaar waren, dat hij meerdere rondjes heeft gereden en genoodzaakt was buiten de vakken te parkeren om zijn kinderen op te halen. Tevens voerde hij overmacht aan vanwege verkeersdrukte door de Tilburgse kermis en stelde dat er sprake was van laden en lossen.

De officier van justitie handhaafde de boete en verklaarde het beroep ongegrond. De kantonrechter oordeelde op basis van de verklaring van de verbalisant dat gedurende tien minuten geen activiteiten rond het voertuig werden waargenomen, hetgeen niet voldoet aan de definitie van laden en lossen volgens vaste rechtspraak. Betrokkene gaf zelf aan vier minuten weg te zijn geweest, wat onvoldoende is om van laden en lossen te spreken.

De kantonrechter concludeerde dat er sprake was van foutief parkeren en dat de boete terecht is opgelegd. Ook zag de kantonrechter geen reden om de boete te matigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de parkeerboete is ongegrond verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10917453 \ MB VERZ 24-122
CJIB-nummer : 5062 5422 5184 0053
uitspraakdatum : 23 april 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 23 april 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. Namens betrokkene is als waarnemend gemachtigde verschenen mevrouw [naam] . De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone) op 25 juli 2022 op de Leonard van Vechelstraat te Tilburg.
Namens de betrokkene heeft de gemachtigde zich op het standpunt gesteld dat de omstandigheden het opleggen van de boete niet rechtvaardigen. Anders dan de verbalisanten in het zaaksoverzicht hebben opgeschreven stelt betrokkene dat er niet voldoende parkeervakken beschikbaar waren. Betrokkene heeft meerdere rondjes gereden en was genoodzaakt om buiten de vakken te parkeren en zijn kinderen op te halen. Er was sprake van overmacht. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat er sprake was van laden en lossen. De pardontijd die in het zaaksoverzicht is opgenomen komt niet overeen met het Easypark-overzicht van betrokkene. Vanwege verkeersdrukte in verband met de Tilburgse kermis was er geen mogelijkheid om binnen de vakken te parkeren. Betrokkene heeft zijn kinderen zo snel mogelijk opgehaald van school. De omstandigheden van het geval rechtvaardigen de boete niet en deze dient dan ook te worden gematigd tot nihil.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene heeft geparkeerd in een parkeerverbodzone. De verbalisant stelt gedurende tien minuten geen activiteiten te hebben waargenomen. Ook als betrokkene, zoals hij zelf aangeeft, vier minuten heeft stilgestaan is er sprake geweest van parkeren in plaats van laden en lossen, omdat er geen onmiddellijke en voortdurende activiteit is geweest.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Onder laden en lossen moet volgens vaste rechtspraak worden verstaan: het
onmiddellijknadat het voertuig tot stilstand is gebracht
bij voortduringin- en uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is. De verbalisant heeft gedurende tien minuten geen activiteiten waargenomen. Betrokkene stelt zelf vier minuten weg te zijn geweest. De kantonrechter stelt vast dat er gedurende enige tijd geen activiteit bij het voertuig is geweest. Hieruit volgt dat geen sprake is van laden en lossen, maar van (foutief) parkeren. De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding.

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep ongegrond;
  • wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2024.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 90008, 4800 PA Breda. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: