Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het parkeren op een plek waar dat niet was toegestaan. Betrokkene stelde dat zij niet de overtreding had begaan omdat zij haar voertuig aan de toegestane zijde van de weg had geparkeerd. Daarnaast werd aangevoerd dat het beroep te laat was ingediend, maar dit werd niet aan haar toegerekend vanwege omstandigheden rondom een gelijke beschikking aan haar partner die wel gegrond werd verklaard.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk verklaard kon worden vanwege termijnoverschrijding, maar dat dit niet aan betrokkene kon worden toegerekend. Inhoudelijk bleek dat de overtreding niet was vastgesteld omdat betrokkene aan de juiste zijde had geparkeerd.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de boete en de beslissing van de officier van justitie vernietigd en werd de officier van justitie opgedragen het betaalde bedrag van €109 terug te betalen. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de boete vernietigd en het betaalde bedrag terugbetaald.