ECLI:NL:RBZWB:2024:3385

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 april 2024
Publicatiedatum
24 mei 2024
Zaaknummer
10894265 \ MB VERZ 24-51
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvoldoende vaststelling gedraging parkeerboete

Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens parkeren op een taxiparkeerplaats terwijl het voertuig niet tot de juiste categorie behoorde. Betrokkene voerde aan slechts twee minuten te hebben stilgestaan om zijn dochter op te halen, en betwistte dat hij langer op de plek stond. De verbalisant had geen pardontijd genoteerd, waardoor niet kon worden vastgesteld hoe lang de gedraging duurde.

De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. Tijdens de zitting was betrokkene afwezig. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging niet was komen vast te staan, mede door het ontbreken van een pardontijd en het betwisten van de gedraging door betrokkene.

Daarom werd de boete vernietigd en het door betrokkene betaalde bedrag van €109,00 terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en boete vernietigd wegens onvoldoende vaststelling van de gedraging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10894265 \ MB VERZ 24-51
CJIB-nummer : 4062 5422 5052 4396
uitspraakdatum : 23 april 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [plaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 23 april 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op een parkeergelegenheid, terwijl het voertuig niet tot de aangegeven categorie of groep voertuigen behoorde op 14 juni 2022 op de Spoorlaan te Tilburg.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat hij maar twee minuten heeft stilgestaan op de taxiparkeerplaats om zijn dochter op te halen van het station. Op het moment dat de dochter van betrokkene instapte kwam de handhaving aangereden. Volgens betrokkene heeft de verbalisant ten onrechte genoteerd dat betrokkene al langer op de taxistandplaats stilstond.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Door de verbalisant is geen pardontijd genoteerd. Er is verzocht om aanvullende informatie, maar hier is geen gevolg aan gegeven door de verbalisant. Gelet op het beroepschrift van betrokkene kan de zittingsvertegenwoordiger niet vaststellen hoe lang betrokkene daadwerkelijk heeft stilgestaan.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat niet is vast te stellen gedurende welke tijd betrokkene heeft stilgestaan op de taxistandplaats, omdat de verbalisant de pardontijd niet in het zaaksoverzicht heeft vermeld en betrokkene de gedraging betwist. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,00 dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier K. Verdult, en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: