ECLI:NL:RBZWB:2024:3386

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 april 2024
Publicatiedatum
24 mei 2024
Zaaknummer
10917167 \ MB VERZ 24-109
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond: boete parkeren onterecht opgelegd wegens laden en lossen

Betrokkene kreeg een boete voor het parkeren op een plek met parkeerverbod op 27 september 2022. Hij voerde aan dat hij bezig was met het afleveren van een bestelling, waarbij het afleveren langer duurde vanwege een verkeerd huisnummer. De verbalisant had tien minuten geen activiteiten waargenomen, wat leidde tot de boete.

De kantonrechter twijfelt aan de verklaring van de verbalisant en stelt dat het laden en lossen, zoals het in- en uitladen van goederen met alarmlichten aan, niet is vastgesteld als foutief parkeren. Foto's tonen personen met mogelijk goederen in de hand, wat de stelling van betrokkene ondersteunt.

Hierdoor is niet komen vast te staan dat betrokkene foutief heeft geparkeerd. De boete is ten onrechte opgelegd en wordt vernietigd. Het betaalde bedrag van €109,- wordt terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de parkeerboete wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Tilburg
zaaknummer : 10917167 \ MB VERZ 24-109
CJIB-nummer : 2062 5422 5269 9174
uitspraakdatum : 23 april 2024
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [plaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 23 april 2024. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.M. Oostdam (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)) op 27 september 2022 op de Hoofdstraat te Rijen.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat het afleveren van een bestelling langer duurde dan gebruikelijk, omdat de klant het huisnummer verkeerd had doorgegeven. Betrokkene werkt als bezorger. Het geld dat hij die avond verdiend heeft, staat niet in verhouding tot de boete. Betrokkene stelt dat verbalisanten de situatie verkeerd hebben ingeschat. Betrokkene stond slechts 10 meter van zijn voertuig.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep inhoudelijk ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft 10 minuten geen activiteiten waargenomen. Betrokkene zegt dat de handelingen langer duurden dan normaal, dus dat stemt overeen met de vaststelling van de verbalisant. De beschikking is daarom terecht opgelegd.
Het beroep is wel deels gegrond, aangezien er sprake is van een formeel gebrek. De betrokkene is in de eerste beroepsfase niet gehoord. De boete dient te worden gematigd met 25%.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Onder laden en lossen moet volgens vaste rechtspraak worden verstaan: het
onmiddellijknadat het voertuig tot stilstand is gebracht
bij voortduringin- en uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is. Het voertuig van de [bedrijf] had de alarmlichten aan en er kon vanuit worden gegaan dat betrokkene bezig was met goederen (eten) te lossen. Op de foto zijn bovendien personen te zien waarbij het lijkt alsof zij iets in hun handen hebben. Dit lijkt betrokkene te zijn.
Hieruit volgt dat niet is komen vast te staan dat sprake is van (foutief) parkeren. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd.
Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.M. Speekenbrink, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. S.E. van Wijk, en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2024.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: