Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet dragen van een goedgekeurde, goedpassende of deugdelijk bevestigde helm op een bromfiets op 7 september 2022 in het Wilhelminapark te Tilburg. Betrokkene maakte hiertegen bezwaar en stelde beroep in bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 23 april 2024 verzocht de officier van justitie het beroep niet-ontvankelijk te verklaren omdat het Centraal Verwerking Openbaar Ministerie (CVOM) inmiddels had besloten de beschikking alsnog te vernietigen. Betrokkene gaf aan de brief over deze vernietiging niet te hebben ontvangen.
De kantonrechter stelde vast dat door de vernietiging van de beschikking betrokkene geen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter S.W.M. Speekenbrink en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vernietiging van de beschikking door het CVOM.