Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden met een voertuig waarvan het keuringsbewijs was verlopen. Hij stelde beroep in tegen de boete, maar betaalde de vereiste zekerheidstelling niet en diende het beroepschrift te laat in.
De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk vanwege de te late indiening. De kantonrechter behandelde het beroep op 23 april 2024, waarbij betrokkene niet aanwezig was.
De kantonrechter overwoog dat de termijn voor het instellen van beroep zes weken bedraagt en dat deze termijn op 23 februari 2023 was verstreken. Het beroepschrift werd pas op 2 mei 2023 ontvangen, wat te laat is. Betrokkene had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding konden rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard, zodat de inhoudelijke beoordeling van de boete achterwege bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening zonder geldige reden.