Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het negeren van een rood verkeerslicht op 11 september 2022 te Rijen. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep gegrond verklaarde en de boete vernietigde.
Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter. Ondanks een aangetekende oproep om binnen een gestelde termijn gronden voor het beroep in te dienen, heeft betrokkene geen enkele onderbouwing geleverd. Hierdoor was onduidelijk waartegen het beroep zich nog richtte.
De kantonrechter oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de boete al was vernietigd en betrokkene geen nadere gronden had aangevoerd. De uitspraak werd op 23 april 2024 in het openbaar gedaan. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van ingediende gronden na vernietiging van de boete.