Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete voor parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op 12 juli 2022 bij het St. Elisabeth ziekenhuis in Tilburg. Betrokkene erkende de gedraging, maar voerde aan dat haar vader niet op de hoogte was gesteld van het verlopen van de parkeerkaart. De gemeente had geen aankondigingsbrieven meer gestuurd over het verlopen van de kaart, waardoor betrokkene niet tijdig wist dat de kaart was verlopen.
De officier van justitie matigde de boete aanvankelijk tot € 30,-, omdat inmiddels een geldige parkeerkaart was afgegeven. De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond, maar dat er sprake was van bijzondere omstandigheden en een formeel gebrek, omdat betrokkene in de eerste beroepsfase niet was gehoord.
Daarom werd de boete verder gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag van € 39,- moest worden terugbetaald. Het beroep werd gedeeltelijk gegrond verklaard. De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd in het voordeel van betrokkene.
Uitkomst: De boete voor parkeren zonder geldige gehandicaptenparkeerkaart is gematigd tot nihil en het teveel betaalde bedrag wordt terugbetaald.