Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op 17 mei 2022 te Tilburg. Betrokkene stelde dat de officier van justitie de beslistermijn had overschreden, maar dit werd niet als rechtsgevolg erkend omdat betrokkene geen ingebrekestelling had gestuurd.
De rechtbank stelde vast dat de overtreding wel had plaatsgevonden en de boete terecht was opgelegd. Wel oordeelde de rechtbank dat de officier van justitie betrokkene niet had gehoord in de eerste beroepsfase, wat een schending van de hoorplicht inhoudt. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep.
Vanwege deze structurele schending matigde de rechtbank de boete met 25%. Daarnaast werd bepaald dat het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling door de officier van justitie aan betrokkene moet worden terugbetaald. Het beroep tegen de inleidende beschikking werd gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete dienovereenkomstig gewijzigd.