Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring op 8 juli 2022 te Dongen. Hij stelde beroep in omdat de boete te hoog was en hij meende dat de geslotenverklaring niet duidelijk was aangegeven vanaf de parkeerplaats.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststond en dat betrokkene wist dat hij op een eenrichtingsweg reed. De boete was daarom terecht opgelegd. Wel was sprake van een schending van de hoorplicht door de officier van justitie, wat volgens vaste rechtspraak tot vernietiging van diens beslissing leidt.
De kantonrechter matigde de boete met 25% vanwege deze structurele schending en verklaarde het beroep tegen de beschikking gedeeltelijk gegrond. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling moet worden terugbetaald aan betrokkene.