Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
onmiddellijknadat het voertuig tot stilstand is gebracht
bij voortduringin- en uitladen van goederen gedurende de tijd die daarvoor nodig is.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve boete opgelegd wegens stilstaan op een voor het verkeer openstaande weg, namelijk VvE-grond, waar parkeren niet was toegestaan. Betrokkene voerde aan dat het voertuig slechts kort stond om boodschappen in- en uit te laden en dat het niet op de openbare weg stond. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd vaststaat en dat het parkeren op de VvE-grond als foutief parkeren moet worden aangemerkt omdat deze grond voor het verkeer openstaat. Laden en lossen was niet gebleken uit de verklaring van de verbalisant.
Echter werd vastgesteld dat de hoorplicht door de officier van justitie was geschonden omdat betrokkene niet in de gelegenheid was gesteld gehoord te worden, wat leidt tot vernietiging van de beslissing op het administratief beroep. Daarom werd het beroep tegen die beslissing gegrond verklaard.
De boete werd gematigd met 25% vanwege deze structurele schending van de hoorplicht. De officier van justitie werd opgedragen het teveel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen. De beschikking werd gewijzigd in lijn met deze matiging.
Uitkomst: Beroep deels gegrond verklaard en boete met 25% gematigd wegens schending hoorplicht.