Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren met twee wielen in een groenstrook op 16 september 2022 te Tilburg. Hij erkende de gedraging, maar voerde aan dat dit de doorstroming en veiligheid ten goede kwam. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene hoger beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging vaststaat en de boete terecht is opgelegd. De door betrokkene aangevoerde reden voor het parkeren in de berm is onvoldoende om de boete te matigen, aangezien verkeersregels voor iedereen gelden. Wel werd vastgesteld dat de officier van justitie de hoorplicht heeft geschonden door betrokkene niet te horen, wat in strijd is met de wettelijke vereisten.
Op grond van vaste rechtspraak leidt deze schending tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie en matiging van de boete met 25%. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheidstelling wordt terugbetaald. De kantonrechter verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond en wijzigt de boete dienovereenkomstig.