Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- cliënt, bijgestaan door haar advocaat;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging te verlenen voor de voortzetting van het verblijf van een cliënt met een psychogeriatrische aandoening, dementie, voor de duur van zes maanden. De cliënt was recent overgeplaatst naar een andere afdeling vanwege escalaties en vertoonde wegloopgedrag en agitatie.
De rechtbank hield op 15 mei 2024 een mondelinge behandeling waarbij de cliënt, haar familie, een verpleegkundige en een specialist ouderengeneeskunde werden gehoord. De advocaat van de cliënt voerde aan dat de medische verklaring gedateerd was en niet voldoende geactualiseerd, wat volgens een arrest van de Hoge Raad uit 2021 vereist is.
De rechtbank oordeelde dat de medische verklaring van 29 februari 2024, hoewel gedateerd, voldoende was geactualiseerd door een onafhankelijke arts via een e-mail van 22 april 2024 en bevestigd tijdens de zitting. De psychogeriatrische aandoening leidt tot ernstig nadeel, waaronder lichamelijk letsel en maatschappelijke teloorgang, en opname is noodzakelijk omdat minder ingrijpende maatregelen onvoldoende zijn.
De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke criteria voor verlening van de machtiging was voldaan en verleende de machtiging tot 15 november 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot voortzetting verblijf cliënt met dementie wordt voor zes maanden verleend ondanks gedateerde medische verklaring.