ECLI:NL:RBZWB:2024:3531
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen omgevingsvergunning voor appartementencomplex in strijd met bestemmingsplan
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de door het college verleende omgevingsvergunning voor de bouw van een appartementencomplex met 32 wooneenheden op een perceel in een wijk. Het complex is hoger dan omliggende gebouwen en deels buiten het bouwvlak gelegen, wat strijd oplevert met het bestemmingsplan.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet en dat het oude recht, inclusief de Crisis- en herstelwet (CHW), van toepassing blijft. Eisers betogen onzorgvuldigheid, willekeur en partijdigheid van het college, alsmede schending van privacy en onduidelijkheid over de CHW.
Het college heeft gemotiveerd dat het complex binnen de maximale bouwhoogte blijft, dat de locatie stedenbouwkundig verantwoord is en dat de schaduwwerking beperkt is. De ruimtelijke onderbouwing is uitgebreid en voldoet aan de eisen. De rechtbank stelt dat de belangenafweging zorgvuldig is gemaakt en dat de omgevingsvergunning niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.
De rechtbank wijst erop dat het initiatief tot omgevingsdialoog bij vergunninghoudster lag en dat eisers niet benadeeld zijn door de beoordeling van hun zienswijzen. De hogere bouwhoogte wordt gerechtvaardigd door de herstructurering van de wijk en het complex fungeert als oriëntatiepunt. Privacy wordt gewaarborgd door beplanting en balkons met lamellen.
Geconcludeerd wordt dat het beroep ongegrond is en de omgevingsvergunning in stand blijft. Eisers ontvangen geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.