ECLI:NL:RBZWB:2024:3556
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep terugvordering bedrijfskapitaal Bbz 2004 wegens ontbreken procesbelang
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het beroep van eiser tegen het besluit van het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Samenwerking de Bevelanden tot terugvordering van bedrijfskapitaal op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004).
Na de zitting heeft eiser aanvullende stukken ingediend waaruit bleek dat het dagelijks bestuur alleen over 2019 een beperkte draagkracht vaststelde. Het bestuur stelde daarop de Bbz-lening renteloos per 1 januari 2015 en stelde de restantvordering buiten invordering, met terugbetaling van reeds betaalde rente. Hierdoor verviel het procesbelang van eiser bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
De rechtbank oordeelde dat het beroep daarom niet-ontvankelijk is. Het verzoek van eiser om het dagelijks bestuur te veroordelen in de proceskosten werd afgewezen, omdat de te late aanlevering van relevante stukken aan eiser zelf te wijten was. De rechtbank volgde vaste jurisprudentie dat een proceskostenvergoeding niet toekomt bij bijzondere omstandigheden zoals deze.
De rechtbank wees ook het verzoek af om het betaalde griffierecht te vergoeden. Het vonnis werd gewezen door rechter M. Snoeks en griffier S. Constant op 30 mei 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.