Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
5 MR. [gerechtsdeurwaarder] ,
1.De procedure
- het verzoek tot verkoop en overdracht van aandelen ex artikel 474g Rv
- de brief van 19 januari 2024 van de heer [naam 1] namens verweersters,
- het proces-verbaal van behandeling van een verzoekschrift, gehouden op 18 maart 2024,
- het e-mailbericht van 16 april 2024 van mr. De Hoon.
2.De feiten
- De heer [naam 2] is enig aandeelhouder en bestuurder van verzoekster [verzoekster] . De heer [naam 1] is enig aandeelhouder en bestuurder van [verweerster] .
- In 2016 heeft [verweerster] alle aandelen gekocht van [verzoekster] in [belanghebbende 3] BV (hierna: [belanghebbende 3] ), inclusief de vennootschappen die daaronder vallen. Dat zijn onder andere [belanghebbende 2] BV en [belanghebbende 1] BV (hierna: [belanghebbende 2] en [belanghebbende 1] ). De afspraken over deze (ver)koop zijn vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst van 15 december 2016.
- De aandelen van de vennootschappen zijn op 16 december 2016 door [verzoekster] overgedragen aan [verweerster] . Ten aanzien van de koopprijs is in de notariële akte van levering onder meer opgenomen dat [verzoekster] voor het restant van de koopsom van € 1.500.000,00 een lening verstrekt aan [verweerster] . Voor wat betreft de voorwaarden en bepalingen ten aanzien van die lening, is in de notariële akte verwezen naar de vaststellingsovereenkomst van 15 december 2016.
- In de vaststellingsovereenkomst is over betaling van het restant van de koopsom opgenomen dat deze zal worden betaald in 30 maandelijkse termijnen van € 50.000,00 door [verweerster] aan [verzoekster] .
- De eerste jaren na de overdracht van de aandelen is [verweerster] haar betalingsverplichting nagekomen. Na 16 juli 2019 zijn de maandelijkse betalingen van € 50.000,00 gestopt. [verweerster] is ook na sommaties in gebreke gebleven met het voldoen van de betalingen uit hoofde van de geldlening. De restschuld bedraagt in hoofdsom € 150.000,00. [verzoekster] maakt ook aanspraak op rente en kosten.
- Op 22 november 2023 heeft [verzoekster] een grosse van de notariële akte van 16 december 2016 en de daaraan gerelateerde vaststellingsovereenkomst aan [verweerster] betekend.
- [verzoekster] heeft op 27 november 2023 executoriaal beslag laten leggen op de aandelen van [verweerster] in [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] . Het beslag is diezelfde dag overbetekend aan [verweerster] .
- De statuten van [belanghebbende 1] , [belanghebbende 2] en [belanghebbende 3] bevatten een blokkeringsregeling.