ECLI:NL:RBZWB:2024:3634
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schending hoorrecht bij aanslag inkomstenbelasting 2019 en terugwijzing naar inspecteur
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2019 van € 45.000 en verzocht om een hoorgesprek. De inspecteur stuurde een vooraankondiging en gaf aan dat bij uitblijven van reactie vóór 10 januari 2023 werd aangenomen dat belanghebbende afzag van het hoorrecht. Belanghebbende reageerde inhoudelijk per e-mail maar bevestigde niet expliciet afstand van het hoorrecht.
De inspecteur besloot zonder hoorgesprek het bezwaar ongegrond te verklaren. De rechtbank oordeelt dat het hoorrecht is geschonden omdat de inspecteur niet om bevestiging heeft gevraagd dat belanghebbende afzag van het hoorgesprek. De rechtbank wijst terug naar de inspecteur om alsnog een hoorgesprek te organiseren.
De rechtbank gaat niet in op de inhoudelijke beoordeling van de aanslag omdat het schenden van het hoorrecht de procedurele grondslag voor vernietiging vormt. Tevens veroordeelt de rechtbank de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens schending van het hoorrecht en de zaak wordt terugverwezen naar de inspecteur voor een nieuw besluit.