ECLI:NL:RBZWB:2024:3751
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen uitspraak inzake niet-ontvankelijkverklaring bezwaar naheffingsaanslag
Belanghebbende heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 17 november 2023, waarin het beroep van belanghebbende ongegrond werd verklaard voor zover het betrekking had op de uitspraak op bezwaar en de rechtbank zich onbevoegd verklaarde voor zover het ging om de ambtshalve genomen beslissing.
De rechtbank heeft het verzet op 21 mei 2024 behandeld en beoordeelt of de eerdere uitspraak terecht was. Belanghebbende betwist dat de naheffingsaanslag op of voor de datum van dagtekening is verzonden en stelt dat hij deze pas kort voor het indienen van het bezwaarschrift heeft ontvangen.
Volgens vaste jurisprudentie ligt het op de weg van de verzender, hier de inspecteur, om aannemelijk te maken wanneer de naheffingsaanslag is verzonden. Nu de inspecteur nog niet heeft kunnen reageren op deze stelling, verklaart de rechtbank het verzet gegrond om de inspecteur daartoe alsnog in de gelegenheid te stellen.
De eerdere uitspraak komt daarmee te vervallen en het onderzoek wordt hervat in de stand waarin het zich bevond ten tijde van die uitspraak. De rechtbank kent geen proceskostenvergoeding toe vanwege het late tijdstip waarop belanghebbende de verzending betwistte. Het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt in de vervolgprocedure beoordeeld.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak komt te vervallen en het onderzoek wordt hervat.