Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het negeren van een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 5 juni 2022. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging van betrokkene vaststaat en erkend werd. De aangevoerde bijzondere omstandigheden zoals verkeersdrukte en weersomstandigheden zijn voor rekening van betrokkene en rechtvaardigen geen matiging van de boete. Wel werd een schending van de hoorplicht geconstateerd doordat betrokkene niet is gehoord bij het administratief beroep, wat volgens vaste rechtspraak leidt tot vernietiging van die beslissing.
Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond en matigde de boete met 25%. Het teveel betaalde bedrag aan zekerheid werd terugbetaald aan betrokkene. De boete werd daarmee verminderd tot € 75,00 plus administratiekosten.