Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens parkeren in een parkeerverbodszone op het Brouwhuisplein te Breda. Hij voerde aan dat het verkeersbord niet op die locatie stond, maar op de Ceresstraat, en verzocht bewijs van de bordplaatsing.
De officier van justitie stelde dat de borden zoneborden zijn die bij de ingangswegen staan en dat betrokkene geen route had opgegeven, waardoor nader onderzoek niet nodig was. Uit het dossier bleek dat de bebording aanwezig was en dat betrokkene niet in een parkeervak stond, waardoor de boete terecht was opgelegd.
Echter, de officier van justitie had betrokkene niet gehoord, wat in strijd was met de wettelijke hoorplicht. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. De kantonrechter matigde de boete met 25% vanwege deze structurele schending.
De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag aan zekerheidstelling terug te betalen. Het beroep werd daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard en de boete aangepast.