Betrokkene is sinds 1996 ter beschikking gesteld met dwangverpleging na veroordeling voor ernstige misdrijven gericht tegen de lichamelijke integriteit van personen. De tbs-instelling adviseert verlenging met één jaar, omdat het risico op terugval in (seksueel) gewelddadig gedrag zonder tbs als matig tot hoog wordt ingeschat, ondanks een stabiele behandeling en recente medische verslechtering door longkanker.
Tijdens de openbare terechtzitting op 24 mei 2024 is de officier van justitie gehoord, evenals betrokkene en zijn raadsman. De deskundige bevestigde het advies en benadrukte dat de behandeling zich nu vooral richt op kwaliteit van leven. Betrokkene woont transmuraal in een zorginstelling, verricht sociale activiteiten en onderhoudt contact met familie.
De verdediging steunt de verlenging, hoewel betrokkene heeft aangegeven niet meer te willen verhuizen in zijn laatste levensfase. De rechtbank oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging zijn vervuld, namelijk het aanwezig zijn van recidivegevaar voortvloeiend uit een ziekelijke stoornis. Gezien het advies, de omstandigheden en het ontbreken van verzet, wordt de tbs met één jaar verlengd.