De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het beroep van de erven belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van SaBeWa Zeeland over de WOZ-waarde van een woning te [plaats]. De oorspronkelijke vastgestelde waarde bedroeg €237.000 per 1 januari 2020, welke na bezwaar werd verlaagd naar €175.000.
Tijdens de zitting op 9 april 2024 bereikten partijen een compromis waarbij de waarde definitief werd vastgesteld op €150.000. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en paste de aanslag onroerendezaakbelastingen dienovereenkomstig aan.
Daarnaast werd bepaald dat de heffingsambtenaar het griffierecht van €50 aan belanghebbende moet vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E. de Boer en griffier W.M.C. Oomen op 12 juni 2024 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.