Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 26 januari 2024 in de zaak tussen
[belanghebbende] B.V., gevestigd te [plaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur,
de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid).
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
- een slip of inlegverband (hierna: het incontinentieverband);
- een clip;
- een relay (waaraan maximaal 10 clips kunnen worden verbonden); en
- het Medisense systeem.
- Op het incontinentieverband zijn sensoren geprint die het verzadigingsniveau van het incontinentieverband kunnen meten;
- Door middel van een persoonsgebonden clip die wordt aangebracht op het incontinentieverband staan de sensoren en de clip met elkaar in verbinding;
- De clip verstuurt gegevens over het verzadigingsniveau van het incontinentieverband via Bluetooth naar een relay;
- De relay ontvangt de gegevens van de clip op het incontinentieverband en stuurt deze gegevens via een internetverbinding naar de cloud.
- Zorgverleners kunnen per cliënt gegevens over het incontinentieverband inzien via een mobiel apparaat. Er is onder andere te zien of de cliënt binnen bereik is van de relay, in hoeverre en hoe lang het incontinentiemateriaal is verzadigd (tot op de milliliter nauwkeurig) en wanneer het incontinentiemateriaal is verwisseld en of het verwisseld moet worden.
- Ook belanghebbende heeft inzicht in de gegevens op basis van het clipnummer. Belanghebbende gebruikt deze gegevens om te monitoren hoe zorginstellingen het [systeem] gebruiken en kan waar nodig zorginstellingen begeleiden bij een juiste en/of betere implementatie van het systeem.
“3 Project en producten
- eenmalige opstartkosten van € 100;
- incontinentieverband variërend van € 1,15 tot € 1,22 per stuk;
- de clip € 25 per stuk;
- de relay € 240 per stuk; en
- € 5 vaste kosten per cliënt per dag.
Motivering
- Is ter zake van het [systeem] voor de omzetbelasting sprake van één ondeelbare prestatie (vraag 1)?
- Indien geen sprake is van één ondeelbare prestatie, zijn partijen het erover eens dat twee prestaties te onderscheiden zijn en is in geschil of de levering van het incontinentieverband is aan te merken als de hoofdprestatie (vraag 2).
- Vervolgens is in geschil of deze prestatie is aan te merken als de levering van een goed (vraag 3).
- Indien sprake is van de levering van een goed, is de vraag of die levering dan is aan te merken als de levering van incontinentiemateriaal als bedoeld in de tabelpost (vraag 4).
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de Staat (Minister van Justitie en Veiligheid) tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende tot een bedrag van € 2.000;
- veroordeelt de Staat (Minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling van € 218,75 aan proceskosten aan belanghebbende;
- bepaalt dat de Staat (Minister van Justitie en Veiligheid) het griffierecht van € 354 aan belanghebbende moet vergoeden.