ECLI:NL:RBZWB:2024:3941
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en zelfstandigenaftrek afgewezen wegens ontbreken ondernemerschap
Belanghebbende voerde werkzaamheden uit voor een opdrachtgever en claimde deze inkomsten als winst uit onderneming met recht op zelfstandigenaftrek. De inspecteur legde navorderingsaanslagen en boetes op omdat de werkzaamheden volgens hem niet als ondernemingsactiviteiten kwalificeren. De rechtbank onderzocht of belanghebbende voldoende zelfstandigheid bezat, ondernemersrisico liep en aan het urencriterium voldeed.
Uit de feiten bleek dat belanghebbende slechts één opdrachtgever had, gebruikte materialen van de opdrachtgever en geen investeringen deed, waardoor geen ondernemingsrisico bestond. Ook ontbraken schriftelijke afspraken en was sprake van instructies van de opdrachtgever. De rechtbank concludeerde dat de werkzaamheden niet in het kader van een onderneming waren verricht en de inkomsten als resultaat uit overige werkzaamheden moesten worden aangemerkt.
Daarnaast slaagde belanghebbende er niet in aannemelijk te maken dat hij het urencriterium voor zelfstandigenaftrek had gehaald, vooral door het ontbreken van urenregistratie en onvoldoende bewijs over de periode dat hij vanuit Griekenland werkte. De navorderingsaanslagen inkomstenbelasting, Zvw, boetes en belastingrente werden daarom terecht opgelegd en blijven ongewijzigd. De beroepen van belanghebbende werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen, boetes en belastingrente blijven in stand omdat de werkzaamheden niet als ondernemingsactiviteiten kwalificeren en geen recht bestaat op zelfstandigenaftrek.