ECLI:NL:RBZWB:2024:3942
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op zelfstandigenaftrek wegens niet voldoen aan urencriterium 2017-2020
Belanghebbende, ondernemer met een eenmanszaak die een autowasstraat exploiteerde, voerde beroep aan tegen de afwijzing van zijn verzoeken om ambtshalve vermindering van aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en Zorgverzekeringswet (Zvw) over 2017 tot en met 2020. De inspecteur had vastgesteld dat belanghebbende geen recht had op zelfstandigenaftrek omdat niet aan het urencriterium was voldaan.
De rechtbank beoordeelde uitsluitend of het urencriterium van minimaal 1.225 uren per jaar aan werkzaamheden voor de onderneming was gehaald. Belanghebbende stelde onder meer dat hij in 2019 en 2020 uren had besteed aan reparatie van een tweedehands wasinstallatie, maar kon geen urenadministratie of andere bewijsstukken overleggen die het totaal aantal gewerkte uren aannemelijk maakten. Ook het betoog dat hij tijdens openingstijden bereikbaar was, werd verworpen omdat daadwerkelijk werken meer inhoudt dan beschikbaar zijn.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in de jaren 2017 tot en met 2020 aan het urencriterium voldeed. Hierdoor heeft hij geen recht op zelfstandigenaftrek en blijven de aanslagen ongewijzigd. Ook de belastingrente blijft in stand. De beroepen worden ongegrond verklaard en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de aanslagen IB/PVV en Zvw 2017-2020 blijven ongewijzigd.