ECLI:NL:RBZWB:2024:3943
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing startersvrijstelling overdrachtsbelasting bij hoofdverblijf in koopwoning
Belanghebbende kocht een woning en betaalde 8% overdrachtsbelasting. De inspecteur weigerde teruggaaf op grond van twijfel over het gebruik als hoofdverblijf. De rechtbank beoordeelde of belanghebbende de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt.
Uit feiten blijkt dat belanghebbende meer dan zes maanden in de woning woont en dat de nieuwbouwwoning nog niet is opgeleverd. De rechtbank concludeert dat dit voldoet aan de voorwaarde voor de startersvrijstelling, namelijk minimaal een half jaar daadwerkelijk hoofdverblijf.
De inspecteur stelde geen sprake te zijn van evidente misbruik. De rechtbank verwierp het standpunt dat het tijdelijk gebruik vanwege bouw nieuwbouwwoning tot uitsluiting leidt. De rechtbank draagt de inspecteur op de betaalde overdrachtsbelasting terug te geven en veroordeelt hem tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
De rechtbank wijst rentevergoeding over de teruggaaf af omdat de nationale wetgeving daarin niet voorziet. Het beroep is gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt teruggaaf van € 9.600 overdrachtsbelasting wegens toepassing startersvrijstelling.