ECLI:NL:RBZWB:2024:3944
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing startersvrijstelling overdrachtsbelasting bij hoofdverblijf nieuwgekochte woning
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van de inspecteur die het bezwaar tegen de heffing van 8% overdrachtsbelasting op de koop van een woning ongegrond verklaarde. De kern van het geschil is of belanghebbende de woning anders dan tijdelijk als hoofdverblijf gebruikt, een voorwaarde voor de startersvrijstelling.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende vanaf de levering van de woning meer dan zes maanden daadwerkelijk in de woning woont en dat de nieuwbouwwoning waarvoor bouwgrond is gekocht nog niet is opgeleverd. De inspecteur voerde aan dat het gebruik slechts tijdelijk zou zijn, maar de rechtbank vindt hiervoor geen wettelijke of wetsgeschiedenisgrondslag.
De rechtbank concludeert dat belanghebbende voldoet aan de voorwaarde van anders dan tijdelijk gebruik als hoofdverblijf en dat de startersvrijstelling daarom van toepassing is. De inspecteur wordt opgedragen de betaalde overdrachtsbelasting van € 9.600 terug te geven. Vergoeding van rente wordt afgewezen. Daarnaast moet de inspecteur het griffierecht en proceskosten vergoeden.
Uitkomst: Belanghebbende krijgt teruggaaf van € 9.600 overdrachtsbelasting en vergoeding van proceskosten.