Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene] N.V.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het overtreden van een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen op de Houtmarkt te Breda op 25 mei 2022. Namens betrokkene werd beroep ingesteld tegen deze boete. De officier van justitie verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een juiste machtiging. Tegen deze beslissing werd beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 17 mei 2024 verscheen de gemachtigde van betrokkene, terwijl betrokkene zelf niet aanwezig was. De gemachtigde voerde aan dat de verzuimbrief met het verzoek om een machtiging niet was ontvangen, en dat betrokkene de overtreding niet had begaan of dat de sanctie niet gerechtvaardigd was. Tevens werd proceskostenvergoeding gevraagd.
De officier van justitie verzocht om het beroep ongegrond te verklaren en ging om proceseconomische redenen voorbij aan het machtigingsvraagstuk. De kantonrechter stelde vast dat de verzuimbrief op 7 september 2022 via het betrouwbare MAPS-systeem was aangemaakt en verzonden. Omdat geen tijdige machtiging was ontvangen, was het beroep terecht niet-ontvankelijk verklaard. De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens het niet tijdig aanleveren van een juiste machtiging.