Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene is beboet voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het fietsen op 7 juni 2022 te Breda. Tegen deze administratieve sanctie is beroep ingesteld bij de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens is beroep ingesteld bij de kantonrechter.
Tijdens de zitting op 17 mei 2024 verschenen alleen de officier van justitie en diens vertegenwoordiger; betrokkene en zijn gemachtigde waren afwezig. De gemachtigde had pro-forma beroep ingesteld en zou de beroepsgronden later aanvullen, maar heeft dit niet gedaan ondanks een termijnverlenging.
De kantonrechter oordeelt dat de verklaring van de verbalisant, die zag dat betrokkene een telefoon aan zijn oor hield tijdens het fietsen, voldoende bewijs vormt voor de gedraging. Er zijn geen specifieke feiten of omstandigheden aangevoerd die de juistheid van deze verklaring in twijfel trekken. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens vasthouden van een mobiel apparaat tijdens het fietsen wordt ongegrond verklaard.