Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens overtreding van een geslotenverklaring voor motorvoertuigen op 9 juni 2022 in Breda. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter, maar dit beroep werd te laat ingediend.
De wettelijke termijn voor het instellen van beroep is zes weken, die in dit geval op 18 januari 2023 afliep. Het beroepschrift werd pas op 31 januari 2023 ontvangen. Betrokkene voerde aan dat de late indiening te wijten was aan het beslag op zijn auto en dat hij beschikte over een ontheffing. De kantonrechter oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende waren om de termijnoverschrijding aan betrokkene niet toe te rekenen.
Omdat betrokkene niet op de zitting verscheen en geen geldige reden aannemelijk maakte, werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Hierdoor kon de kantonrechter niet inhoudelijk op de boete ingaan. De uitspraak werd gedaan op 17 mei 2024 door kantonrechter Speekenbrink.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening.