Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het handelen in strijd met een geslotenverklaring voor bepaalde voertuigen op 26 juni 2022 te Breda. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens te late indiening. Vervolgens richtte betrokkene zich tot de kantonrechter.
De kantonrechter behandelde de zaak op 17 mei 2024. Betrokkene verscheen niet op de zitting. De zittingsvertegenwoordiger verzocht het beroep niet-ontvankelijk te verklaren omdat het beroepschrift pas op 9 januari 2023 was ontvangen, terwijl de termijn van zes weken op 28 december 2022 was verstreken.
Betrokkene voerde aan dat hij niet precies wist hoe beroep in te stellen en dat hij data moest verzamelen. Ook stelde hij dat de beboetende ambtenaar niet bevoegd was. De kantonrechter oordeelde dat betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden het te late beroep niet aan hem konden worden toegerekend. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard, zodat de inhoudelijke beoordeling van de boete achterwege bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.