Belanghebbende werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een boete omdat hij met een Mercedes GLC met een verlopen Belgisch kentekenbewijs op de Nederlandse openbare weg reed. De naheffingsaanslag betrof de periode van 19 juli 2021 tot en met 24 januari 2022. Tijdens een controle op 25 januari 2022 werd vastgesteld dat het kentekenbewijs niet meer geldig was. Belanghebbende stelde dat hij de auto slechts had geleend en deze alleen op de dag van de controle had gebruikt, maar leverde geen objectief bewijs ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur terecht de belasting had nageheven over de genoemde periode, omdat belanghebbende de auto feitelijk ter beschikking had. De boete werd eveneens bevestigd, aangezien sprake was van een betalingsverzuim zonder dat belanghebbende schuldvrij was. Hoewel de redelijke termijn voor behandeling met vier maanden was overschreden, vond de rechtbank dit onvoldoende reden om de boete verder te matigen.
Belanghebbende verscheen niet op de zittingen ondanks meerdere uitnodigingen, waarvan sommige retour kwamen door verhuizing. De rechtbank concludeerde dat de uitnodigingen tijdig en op juiste wijze waren verzonden. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de naheffingsaanslag en boete in stand blijven en belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding ontvangt.