ECLI:NL:RBZWB:2024:4126
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting met brandstoftoeslag
Belanghebbende was houder van een personenauto met een ingebouwde G3-installatie, waardoor de eigen massa van het voertuig volgens RDW met 42 kg was toegenomen. De inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete op wegens niet tijdige betaling over het tijdvak 23 oktober 2022 tot en met 22 januari 2023.
Belanghebbende betwistte de gewichtstoename en de berekening van de brandstoftoeslag, onderbouwde dit met eigen berekeningen en stelde dat de wetgeving verouderd is. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde om de RDW-gegevens te ontkrachten en dat de inspecteur terecht de brandstoftoeslag toepaste.
Het verzoek tot uitstel van de zitting werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van uitzonderlijke omstandigheden. Het beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht werd wel gehonoreerd. De rechtbank bevestigde dat de verzuimboete passend was, gezien het eerdere verzuim van belanghebbende.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de naheffingsaanslag en boete en zag geen aanleiding tot proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete motorrijtuigenbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag en boete blijven in stand.