ECLI:NL:RBZWB:2024:4155
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond: terugvordering bijstandsuitkering beperkt wegens onduidelijkheid schending inlichtingenplicht
Eiseres ontving vanaf september 2021 bijstand. In april 2022 werd bij een inval handelshoeveelheden drugs in haar woning aangetroffen, waarna zij in voorarrest werd genomen en veroordeeld. Het college vorderde de bijstand terug over de gehele periode van september 2021 tot mei 2022 wegens schending van de inlichtingenplicht. Eiseres betwistte de schending en stelde slechts als katvanger te hebben gefungeerd, met de drugs slechts kort in bezit.
De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de schending van de inlichtingenplicht over de gehele periode plaatsvond. De drugs werden pas in april 2022 aangetroffen, en er was geen bewijs van eerder bezit. Daarom werd de terugvordering beperkt tot april 2022. Daarnaast wees de rechtbank het beroep af dat het college op grond van persoonlijke omstandigheden van eiseres (alleenstaande moeder) had moeten afzien van terugvordering, omdat de wettelijke afwijkingsbevoegdheid niet van toepassing was en er geen dringende redenen waren.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat het college binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd het griffierecht en proceskosten aan eiseres toegekend.
Uitkomst: De terugvordering van de bijstandsuitkering wordt beperkt tot april 2022 en het bestreden besluit wordt vernietigd.