Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 8 december 2021 werd in de schuur bij de woning van verdachte een hennepkwekerij met 182 planten aangetroffen, waarbij de elektriciteit niet via de officiële meter liep. Verdachte was aanwezig in de woning, maar verklaarde niet op de hoogte te zijn van de kwekerij en verbleef voornamelijk op de bovenverdieping.
De officier van justitie verzocht om vrijspraak wegens gebrek aan bewijs dat verdachte wetenschap had van de kwekerij of betrokken was bij de elektriciteitsdiefstal. De verdediging stelde eveneens dat niet aan het dubbel opzet vereiste was voldaan en dat verdachte geen beschikkingsmacht had over de hennep.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er sterke aanwijzingen zijn dat verdachte wetenschap had van de kwekerij, er geen direct bewijs is van haar betrokkenheid of actieve bijdrage aan de feiten. Daarom kon niet bewezen worden dat verdachte de tenlastegelegde feiten had begaan.
De rechtbank sprak verdachte vrij van zowel het medeplegen van hennepteelt als de diefstal van elektriciteit. Dit vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 21 juni 2024.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en betrokkenheid bij hennepteelt en elektriciteitsdiefstal.