Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 6 juni 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,
- de pleitnota van [gedaagde] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Woonkwartier verhuurt sinds 2010 een woning aan [gedaagde]. Op 8 februari 2024 betreden politieambtenaren de woning na een anonieme melding over mogelijke opslag van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. De Tactisch Explosieven Verkenner constateert scherpe munitie die volgens de wet strafbaar is. De burgemeester sluit daarop de woning voor vier dagen op grond van artikel 174a Gemeentewet. Woonkwartier ontbindt vervolgens de huurovereenkomst buitengerechtelijk.
[gedaagde] betwist de ontbinding en weigert te ontruimen. Woonkwartier vordert ontruiming en stelt dat de ontbinding gerechtvaardigd is vanwege de sluiting door de burgemeester en het gevaar van de opgeslagen munitie. De kantonrechter overweegt dat de verhuurder bevoegd is de huurovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden, ook zonder dat het sluitingsbesluit onherroepelijk is.
De belangenafweging weegt zwaar in het voordeel van Woonkwartier, gelet op het gevaar en de leefbaarheid in de buurt. Persoonlijke omstandigheden van [gedaagde], zoals zijn financiële situatie en opleiding, wegen onvoldoende zwaar. De vordering tot ontruiming wordt toegewezen met een termijn van één maand. Een dwangsom wordt afgewezen wegens gebrek aan belang. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst is terecht buitengerechtelijk ontbonden en [gedaagde] moet de woning binnen één maand ontruimen.