ECLI:NL:RBZWB:2024:4321
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen WOZ-waarde vaststelling van twee-onder-een-kapwoning
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning en betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €369.000 op de waardepeildatum 1 januari 2021. Hij stelt dat de waarde maximaal €338.000 zou moeten zijn en voert onder meer een motiveringsgebrek en schending van het gelijkheidsbeginsel aan.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende gemotiveerd heeft gereageerd op de bezwaren en dat het taxatierapport, inclusief vergelijkingsobjecten en onderbouwing van verschillen, de waarde adequaat ondersteunt. De aangevoerde referentiewoningen zijn voldoende vergelijkbaar en de heffingsambtenaar heeft rekening gehouden met verschillen zoals woningtype en erfdienstbaarheid.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat de genoemde woningen identiek en verwaarloosbaar verschillend zijn. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag onroerendezaakbelasting blijft gehandhaafd en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €369.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.