Betrokkene kreeg een boete voor het negeren van een rood verkeerslicht op 14 oktober 2022 te Bergen op Zoom. Betrokkene stelde dat het licht oranje was en dat hij niet door rood reed. Tevens werd aangevoerd dat betrokkene niet gehoord was door de officier van justitie, wat een schending van de hoorplicht zou zijn.
De officier van justitie verklaarde het eerste beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter. De kantonrechter stelde vast dat de hoorplicht door de officier van justitie niet was nageleefd, wat leidt tot vernietiging van diens beslissing. Echter, de kantonrechter vond op basis van de verklaring van de verbalisant voldoende bewijs dat de overtreding had plaatsgevonden.
Verder oordeelde de kantonrechter dat het ontbreken van stopmiddelen bij de verbalisant, die met een privévoertuig reed, rechtvaardigt dat de boete aan de kentekenhouder werd opgelegd. Het verzoek tot matiging van de boete en proceskostenvergoeding werd afgewezen. Het beroep tegen de inleidende beschikking werd ongegrond verklaard.