ECLI:NL:GHARL:2022:9228
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sanctiebeschikking wegens onvoldoende bewijs staandehouding bestuurder
De betrokkene kreeg een sanctie van €140 opgelegd voor het niet zoveel mogelijk rechts houden op een autoweg, vastgesteld op 19 mei 2020 op de Rijksweg A6 te Lelystad. De sanctie werd opgelegd aan de kentekenhouder omdat de ambtenaar de bestuurder niet staande hield, met als reden dat er geen stopmiddelen voorhanden waren.
De betrokkene voerde aan dat de ambtenaar wel een reële mogelijkheid had om de bestuurder staande te houden, gezien de rustige verkeerssituatie en nabijheid van een tankstation. De advocaat-generaal stelde dat zonder stopmiddelen geen reële mogelijkheid tot identificatie bestond, maar het hof oordeelde dat deze uitleg onjuist is.
Het hof stelde vast dat de omstandigheden ter plaatse en de aard van de gedraging geen contra-indicatie voor staandehouding boden. Omdat niet is gebleken of de ambtenaar in een herkenbaar politievoertuig reed, en het ontbreken van een aanvullend proces-verbaal, is de reden van de ambtenaar onvoldoende om te concluderen dat staandehouding onmogelijk was.
Daarom vernietigt het hof de sanctiebeschikking en de beslissing van de kantonrechter, en verklaart het beroep van de betrokkene gegrond. De sanctie aan de kentekenhouder is ten onrechte opgelegd en wordt teruggenomen.
Uitkomst: De sanctiebeschikking aan de kentekenhouder wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs dat staandehouding onmogelijk was.