ECLI:NL:RBZWB:2024:4445
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt voortzetting onderneming en winstuit onderneming in 2019 na overlijden vennoot
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het beroep van de erven van een overleden vennoot tegen een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2019. De inspecteur had de aanslag opgelegd en belastingrente in rekening gebracht, maar stelde dat vanaf 2019 geen sprake meer was van een bron van inkomen omdat de onderneming was gestaakt per overlijdensdatum van de vennoot.
De rechtbank onderzocht of de V.O.F. in objectieve zin een onderneming vormde en of er een redelijke verwachting was van voordeel uit de akkerbouwactiviteiten. Uit de financiële resultaten van 2007 tot en met 2021 bleek dat er sinds 2019 sprake was van positieve resultaten en geen structurele verliezen. Ook incidentele verliezen werden toegelicht als buitengewone kosten, die de objectieve voordeelsverwachting niet aantasten.
De rechtbank verwierp het argument dat de onderneming te klein was om winstgevend te zijn en concludeerde dat de inspecteur niet had voldaan aan zijn bewijslast om het ontbreken van een bron van inkomen aan te tonen. De aanslag werd daarom verminderd tot het juiste belastbare inkomen uit werk en woning, en de belastingrente dienovereenkomstig aangepast. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De aanslag inkomstenbelasting 2019 wordt verminderd omdat de V.O.F. in 2019 nog een bron van inkomen vormde en winst uit onderneming genoot.