Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag vennootschapsbelasting over het boekjaar 2019. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht van €365 niet is betaald en dit niet verontschuldigbaar is.
De griffier heeft belanghebbende meerdere malen gewezen op de betalingstermijn en heeft een verzoek tot betalingsonmacht afgewezen wegens gebrek aan reactie. Ook na een laatste herinnering is het griffierecht niet voldaan. Hierdoor kan de rechtbank het beroep niet inhoudelijk behandelen.
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en laat het bestreden besluit in stand. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen worden gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.