Eiser, laatst werkzaam als heftruckchauffeur, kreeg een ZW-uitkering na ziekmelding. Het UWV beëindigde deze uitkering per 24 oktober 2022 en weigerde een WIA-uitkering. De rechtbank beoordeelt of dit terecht was, mede aan de hand van rapporten van verzekeringsartsen.
De verzekeringsarts b&b concludeerde dat eiser geschikt is voor drie geduide functies, maar volgde niet het door de Centrale Raad van Beroep voorgeschreven stappenplan om te bepalen of de beperkingen waren toegenomen sinds de eerdere WIA-beoordeling. Eiser stelde een verergering van klachten aan de rechterheup en facetartrose vast, wat niet adequaat is meegewogen.
De rechtbank constateert een motiveringsgebrek omdat niet duidelijk is of het stappenplan is gevolgd en de toename van beperkingen is beoordeeld. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het UWV krijgt zes weken om het gebrek te herstellen door een nieuwe beoordeling volgens het stappenplan, waarbij ook nieuwe medische informatie kan worden meegewogen.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak en zal daarna zonder nieuwe zitting uitspraak doen. Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open.