Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
ex artikel 533 van Pro het Wetboek van Strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 39.775,66, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
- € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
- de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
- de overige stukken in het raadkamerdossier.
het verzoekschriftaangevoerd dat de moeder van verzoekster, mevrouw [naam 1] , werd verdacht van de moord op haar partner [naam 2] en witwassen. Het Openbaar Ministerie is op 27 september 2023 niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van de moeder van verzoekster. Verzoekster is in het testament van haar moeder aangewezen als enig erfgename. De moeder van verzoekster heeft in totaal 344 dagen in detentie doorgebracht. Verzocht wordt om hiervoor een vergoeding toe te kennen ter hoogte van € 35.870,00 (6 dagen à € 165,00, 36 dagen à € 130,00 en 302 dagen à € 100,00). Voorts heeft de moeder van verzoekster kosten voor rechtsbijstand gemaakt in het kader van de strafzaak. Verzocht wordt om hiervoor een vergoeding toe te kennen ter hoogte van € 39.775,66, te vermeerderen met de forfaitaire kosten voor de indiening en behandeling van het verzoekschrift. Verzoekster merkt tot slot op dat deze bedragen op geen enkele manier het leed dat zij en haar moeder hebben moeten ondergaan kunnen compenseren. Verzoekster is zelf nimmer als verdachte aangemerkt, maar heeft toch vele kosten moeten maken ten behoeve van kosten voor rechtsbijstand, bezoeken aan haar moeder, beveiliging en totaal onnodige vernielingen bij invallen, met uiteindelijk de zelfmoord van haar moeder als tragische apotheose. Tot op de dag van vandaag ervaart zij de enorme media-aandacht en de negatieve berichtgeving over haar moeder.
schriftelijkprimairop het standpunt gesteld dat verzoekster niet-ontvankelijk is in het verzoekschrift, nu geen verklaring van erfrecht is overgelegd. Hierdoor kan niet worden vastgesteld of verzoekster (enig) erfgenaam is en evenmin of zij bevoegd is de nalatenschap van haar moeder af te wikkelen.
2.De beoordeling
3.De beslissing
€ 680,00zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer] ten name van mr. E.P. Vroegh, onder vermelding van “ [kenmerk] ”.